Trunyan: bezoek dit macabere kerkhof aan het Baturmeer op Bali

schedels opgesteld op kerkhof Trunyan

Als je een zwakke maag hebt en slecht tegen restanten van overleden mensen kan, dan is de volgende toeristische attractie waarschijnlijk niet voor jou. Indien je hier echter wel goed tegen kunt, kan de unieke begraafplaats Sema Wayah in Trunyan op Bali bezoeken een ongelooflijk gave ervaring zijn. Durf jij de confrontatie met de dood aan?

Op dit griezelige kerkhof tref je opgestelde menselijke schedels en botten aan die je wellicht doen denken aan de slachtoffers van een gruwelijke misdaad. De begraafplaats van Sema Wayah is juist een hele heilige plaats voor de mensen van Trunyan. Het tafereel ziet er misschien griezelig, maar het hoort bij de traditie van het lokale volk. Ze begraven de doden hier namelijk niet. De overledenen liggen bovengronds opgesteld, in de buitenlucht. Hoewel je waarschijnlijk een muffe geur van ontbindende lijken zou verwachten, ruik je vreemd genoeg helemaal niets van zo’n dergelijke stank. Je ruikt enkel het bos, de grond en de planten. Verder niets. Ook vliegen er geen insecten rond die zich tegoed doen aan het dode vlees.

Wat is zo bijzonder aan Trunyan

Trunyan is een dorp aan de oostkust van het Baturmeer in het midden van Bali. In dit dorp wonen mensen van de Bali Aga-stam, zij behoren tot een van de oudste stammen van Bali. Trunyan ligt ingeklemd tussen de rand van de Baturvulkaan en het Baturmeer, waardoor het dorp enigszins geïsoleerd ligt van de rest van Bali. Hierdoor zijn hier veel van de oude, originele Balinese tradities bewaard gebleven, ondanks de komst van het hindoeïsme vanuit Java. De Bali Aga hebben dan ook een hele andere levenswijze en traditie dan andere Balinese stammen.

Het geloof van de meeste Balinezen is hindoeïsme. Daarom zie je ook overal tempels op Bali. In het hindoeïsme worden mensen doorgaans niet begraven als ze doodgaan, maar worden ze verbrand oftewel gecremeerd. Op Bali heet de ceremonie van lijkverbranding de ngaben. Waar op Bali je ook zit, je zou zomaar eens getuigen kunnen zijn van deze traditie.

Behalve in Trunyan, hier kennen ze namelijk de traditie mepasah. Bij deze traditie leggen de mensen hun overleden familieleden op de grond onder een boom op het kerkhof buiten het dorp. Hoewel de Bali Aga inmiddels ook hindoes zijn, behouden zij toch deze unieke manier van het begraven van hun doden, zoals hun voorouders dat ooit deden voordat ze hindoes waren.

Desondanks vind je hier ook nog wel enige tekenen van de hindoeïstische lijkverbrandingstraditie, hetzij symbolisch. Op het kerkhof staan een paar menselijke beelden die gezamenlijke ngaben moeten voorstellen. De symbolische crematie van de mensen die op het kerkhof liggen dus.

beeld in Trunyan

Hoe worden de overledenen begraven?

Niet dus. De overledenen liggen gewoon op de grond. Je kunt de gezichten van de overledenen zien, maar de lichamen zijn bedekt met een doek omdat zij naakt liggen. Om te voorkomen dat de lichamen verschuiven worden ze in een gat van ongeveer 10 tot 20 cm diep gelegd. Ieder lichaam krijgt een soort huisje opgebouwd uit twee hekjes van bamboe die schuin naar boven toelopen.

In eerste instantie lijkt het erop dat ze de overledenen daar zomaar dumpen. Het heeft iets weg van een soort horror vuilnisbelt waar men naast de huishoudelijk afval ook menselijke resten dumpt. Op een hoop, maar ook verspreid, liggen spullen die je normaal gesproken niet op een kerkhof zal aantreffen. Van borden tot kleren, schoenen, manden, sandalen, flessen en jawel: menselijke botten!

Maar niets is minder waar. De mensen in Trunyan gaan juist heel respectvol en zorgzaam met hun doden om. Ze geloven dat de doden nog steeds voortleven na hun overlijden. Daarom gaan ook persoonlijke spullen mee naar de kerkhof als een familielid komt te overlijden. Al die rommel die je op die hoop ziet zijn dus de spullen die de overledenen hebben gebruikt tijdens hun leven op aarde.

Ook aan het comfort van de overledenen wordt gedacht. De familie legt een doek, een zeiltje of een paraplu over het bamboehuisje. Dit moet voorkomen dat de doden niet verbrand worden van de zon en niet nat worden van de regen.

Niet meer dan 11 graven op een rij

Volgens de traditie mogen er maar elf huisjes tegelijkertijd op het kerkhof staan. Als er een nieuwe dode komt wordt het langst liggende lichaam inclusief zijn huisje en bezittingen weggehaald en zal de nieuwe dode zijn plaats innemen. De dorpsbewoners verplaatsen het oude lichaam en zijn spullen naar de hoop . Soms is het vlees nog niet helemaal vergaan en kan het er best griezelig uitzien. Soms worden de botten en de schedel dan op een plateau gelegd.

Je mag jezelf bevoorrecht noemen als je je laatste rust op Sema Wayah mag vinden. Want niet iedereen mag hier liggen. Volwassenen of kinderen die hun melktanden al verloren zijn, die aan een natuurlijke dood overleden zijn, hebben recht op een laatste rustplaats op deze grafakker. Sema Wayah is voor de mensen in Trunyan immers heel heilig en vandaar ook dat enkel de mensen die op een natuurlijke manier om het leven gekomen zijn toegelaten kunnen worden op dit kerkhof.

Naast Sema Wayah zijn er nog twee begraafplaatsen in Trunyan. Mensen die op onnatuurlijke manier doodgaan, zoals vermoord zijn, door ongeluk, letsel, zelfmoord en dergelijke komen op Sema Bantas te liggen. Terwijl de overleden baby’s en jonge kinderen die nog melktandjes hebben hun rust vinden op Sema Muda. Deze 2 kerkhoven liggen ergens anders buiten het dorp.

De legende van Trunyan

Maar waarom stinkt het hier nou niet naar rottend vlees? Het geheim is de terumenyan bomen die alleen in de omgeving van Trunyan groeien. Er staat er ook een op het kerkhof. Het schijnt dat deze boom een hele sterke aangename geur verspreidt, die de geur van de lijken maskeert of absorbeert.

Volgens de legende verspreidden de terumenyan vroeger een geur zó sterk, dat die tot diep op Java te ruiken was. Een paar prinsen uit Solo op Java werden nieuwsgierig en maakten de oversteek naar Bali om de boom te vinden. Om andere nieuwsgierigen te weren begonnen mensen daarna lijken van overledenen naast de bomen neer te leggen. Doordat de boom de geur van de lijken opneemt ruik je ook de zoete geur van de boom niet meer.

terumenyan boom in trunyan
Terumenyanboom

Wat je niet moet doen als je in Trunyan bent

Voor de bewoners van Trunyan is dit kerkhof heel heilig. Hoewel ze de plek openstellen voor het publiek verwachten ze dat bezoekers respect tonen voor hun dierbaren die hier hun laatste rustplaats hebben. Let dus goed op onderstaande regels wanneer je deze heilige plek komt bezoeken:

  1. Je mag de voorwerpen op het kerkhof bekijken en aanraken, maar het is verboden om iets te verplaatsen, op te ruimen en al helemaal om iets van het kerkhof mee te nemen.
  2. Het is verboden om grappen te maken, te vloeken of beledigende opmerkingen te maken.
  3. Verboden om te spugen of te laten blijken dat je de plek onsmakelijk en vies vindt.
  4. Vraag altijd toestemming aan de gids of de beheerder voordat je iets aanraakt.
  5. En als laatste: De Indonesiërs geloven dat de natuur bovennatuurlijke eigenaren en inwoners heeft, zeg dus ‘Permisi’ voordat je een heilige of gevaarlijke plek betreedt. Dit zeg je ook als je voorwerpen op die plek aanraakt. Permisi betekent: Excuseer.
de ingang van trunyan

Hoe kom je in Trunyan

Er vliegen verschillende maatschappijen vanaf Amsterdam naar Denpasar, de hoofdstad van Bali. Op Skyscanner kun je de vliegmaatschappijen met elkaar vergelijken voor de beste vliegtickets. Vanaf Denpasar kun je het dorp Trunyan in ongeveer 2 uur bereiken met de auto. Maar dat is niet aan te raden als jouw doel het bezoeken van het kerkhof is. De Trunyanen leven best geïsoleerd en op zichzelf. Ze stellen het bezoek van een horde toeristen niet erg op prijs. Bovendien ligt het kerkhof Sema Wayah ver van het dorp af, in het bos dichtbij de oever van het Baturmeer. De weg er naartoe is bergachtig en amper begaanbaar. Daardoor brengen de dorpsbewoners hun overledene familieleden altijd per boot naar het dit kerkhof.

Het beste is om eerst naar Kintamani te gaan, een district aan het Baturmeer. In het dorp Penelokan maak je een stop. Hier kan je vanaf een uitkijkpunt de schitterende uitzichten op het Baturmeer en de Baturvulkaan bewonderen. Daarna daal je naar het dorp Kedisah om een bootje naar Trunyan te nemen.

De eigenaren van de bootjes in Kedisah zijn niet beroemd om hun eerlijkheid. Onderhandel dus met de bestuurder over een redelijke prijs. Maak het niet te bont en vergeet niet dat je naar een toeristische attractie gaat. Het is dus heel normaal dat de prijzen veel hoger liggen dan een gewone overtocht.

De overtocht duurt ongeveer 45 minuten door het mooi diepgroene water van het meer en in de verte de machtige Batur vulkaan.

op de boot onderweg naar trunyan

Tips:
Het tripje naar Trunyan kan je gemakkelijk combineren met andere bestemmingen die niet ver van je route liggen. Je kunt daarna bijvoorbeeld de heilige tempel Tirta Empul en het presidentiele paleis in Tampaksiring bezoeken. De Monkey Forest in Ubud ligt ook niet ver. Sluit daarna je de dag af in Jimbaran, waar je heerlijk kunt dineren onder de sterrenhemel op het witte strand.

Batur vulkaan op weg naar trunyan
Uitzicht op Batur vulkaan vanaf Kintamani

Handige websites


DIT VIND JE MISSCHIEN OOK INTERESSANT


Dit artikel bevat affiliatielinks. Voor informatie klik hier.

Delen

Laat een reactie achter

Scroll naar top